Doelstelling

Geleid door het gezag van Christus hoeven we geen angst of verwarring te vrezen, maar weten we ons geroepen tot getuigenis.

Weten: We moeten niet alleen bezig zijn met onszelf of anderen, maar leven met het oog op de opgestane Christus.

Ervaren: Je perspectief verandert als je je op de levende Heer concentreert, dan ervaar je dat Jezus aanwezig is.

Doen: Oefenen in anders kijken en van daaruit met een zachtmoedige houding en respect verantwoording afleggen.

Lied

Zing het lied ‘Dank U mijn Vader voor al uw genade’ (OTH 268) met elkaar.

Verhalen delen

“De kerkdienst is open naar het leven toe.” Dat zegt Ds. Geert van Meijeren, predikant in ’s Graveland in het filmpje dat we samen bekijken. Het gaat over de plek die de kerk inneemt in de buurt en het gesprek dat dat oproept. Bekijk het filmpje en bespreek de kijkvraag.

Kijkvraag

Op welke manier is de gemeente van ’s Graveland hoorbaar en merkbaar verbonden met het dorp, de gemeenschap? Hoe zit dat bij jouw gemeente? Hoe merkt de omgeving van jouw gemeente dat jullie Jezus als Heer erkennen en Hem volgen? Welke reacties roept dat op?

 

In het vorige gesprek dachten jullie na over hoe jullie tot zegen van jullie omgeving kunnen zijn. Misschien zelfs door het organiseren van een Kerst Sing-In. Hebben jullie al stappen genomen om iets met jullie kring te organiseren? Als het al op deze korte termijn gelukt is om met elkaar iets te doen, gebruik dan dit moment om te evalueren. Neem dank- en gebedspunten mee naar het gebed dat na dit onderdeel volgt. Grote kans dat jullie je nog in de denk- of organisatiefase bevinden. Gebruik dan deze tijd om elkaar aan het plan te herinneren en om concrete afspraken te maken.

Gebed

Dank God dat Hij jullie hier bij elkaar gebracht heeft als deel van de gemeente en noem een aantal concrete dank- en gebedspunten (wellicht naar aanleiding van ‘verhalen delen’ hiervoor). Bid tenslotte om Gods aanwezigheid bij deze bijeenkomst en zijn leiding in dit gesprek.

Bijbelstudie

Lees de tekst van de introductie of geef zelf woorden aan de intentie ervan. Noem in ieder geval de zogenaamde 7G’s, zeven manieren om Jezus na te volgen en je geloof vrucht te laten dragen: Geestelijk groeien, goed werk doen, genade en liefde doorgeven, gewoonten doorbreken, gerechtigheid zoeken, goed nieuws vertellen en tijd maken voor gebed. Die keuzes kunnen vragen oproepen. Vandaag gaat het over hoe je daarover in gesprek gaat.

1 Petrus 3:13-17

Laat het gedeelte door iemand uit de groep lezen en vraag de anderen actief mee te lezen door gespreksvraag 1 alvast te benoemen:

Gespreksvraag 1

Wat wordt er gevraagd van degenen die het goede navolgen? Wat moeten ze wel doen en wat niet doen?

Deze gespreksvraag is bedoeld om als groep even dieper in het Bijbelgedeelte te duiken en te kijken wat er staat. Geef mensen de ruimte om eerst voor zichzelf na te denken. Laat een paar mensen een antwoord noemen en dat toelichten. Het is niet nodig om nu alle vragen naar aanleiding van dit Bijbelgedeelte te beantwoorden of dingen uit te leggen. De meeste zaken komen waarschijnlijk later in dit gesprek nog een keer boven. ‘Parkeer’ vragen daarom even.

Lees de toelichtende tekst over ‘Wie goed doet…’ in het werkboek of geef met eigen woorden enige toelichting.

Gespreksvraag 2*

In welk opzicht is het belangrijk voor jou wat anderen over je denken? Hoe beïnvloedt dat de keuzes die je maakt en in hoeverre is dit een obstakel voor het navolgen van Jezus?

Wat we vooral met deze vragen bedoelen is: Richt je je op God of op mensen? Is Christus echt Heer van je leven? Ga nu niet het gesprek aan over de negatieve reacties die je kan krijgen op het belijden van Jezus, het lijden komt in gesprek 4 aan bod. Spreek vooral met elkaar over je houding: wiens mening telt eigenlijk echt?

Gespreksvraag 3*

Hoe concentreer je je in de praktijk op Christus? Kijk naar de voorbeelden en schrijf een eigen manier in de lege ballonnetjes. Welke ligt het dichtst bij jou?

Geef iedereen 3 minuten tijd om naar de voorbeelden te kijken en om na te denken over hun eigen praktijk. Deel ze vervolgens in de groep. Laat mensen ook op elkaar reageren. Zitten er mooie ideeën bij? Deel deze met andere christenen in Nederland door ze te sturen naar focus@izb.nl.

Lees de toelichtende tekst over ‘Je antwoord klaar hebben’ en ‘Hoe getuig je?’ in het werkboek of geef met eigen woorden enige toelichting.

Gespreksvraag 4*

  1. Hoe reageer jij wanneer iemand je op je geloof bevraagt? Hoe pak je dat aan? Of als je het idee hebt dat je op zo’n moment met je mond vol tanden staat, hoe zou je die vraag willen beantwoorden? Welke van de tien tips in het kader hiernaast zouden je kunnen helpen?
  2. Waar denk je aan bij zachtmoedigheid, bescheidenheid en respect?
    a. Bespreek dit blokje met vragen vraag voor vraag. Wellicht komt er grote verlegenheid boven. Als er grote verschillen zijn in mondigheid en ervaring hiermee, zorg dat er geen veroordelende sfeer ontstaat waarbij sommigen zich minder voelen. Als de conclusie is dat iemand nooit op zijn of haar geloof bevraagd wordt, probeer er dan samen achter te komen hoe dat kan. Een argument dat wellicht aangedragen wordt is dat je getuigen niet altijd met woorden doet. De manier waarop je leeft en wie je bent zijn veel belangrijker, vinden sommigen. Als dat ter sprake komt kan je balans in het gesprek aanbrengen door te zeggen dat God toch ook voor het Woord heeft gekozen om zich aan ons te openbaren. Soms is er zomaar een mogelijkheid om iets van het evangelie te delen. Wat doe je dan en wat zeg je dan? Neem ten slotte met elkaar de ‘tien tips voor het woorden geven aan geloof’ door zoals je die in het werkboek vindt op pagina 117. Maak daarna een rondje met de vraag welke tip hen het meest aanspreekt. In welke setting zouden ze die kunnen gebruiken?

    b. Van de drie genoemde houdingen worden zachtmoedigheid en bescheidenheid in onze cultuur niet meer zo gewaardeerd (daarmee red je het niet, vinden veel boeken en sollicitatietrainers) en respect (of verdraagzaamheid) wordt zover doorgevoerd dat het de vraag is of je nog wel moeite met bepaalde dingen mag hebben. Het is goed om deze Bijbelse waarden tegenover de cultuur te zetten, maar probeer het gesprek niet algemeen te houden, maar ook iets van persoonlijke zelfreflectie op te roepen.

Lees de toelichtende tekst over ‘Goed geweten’ in het werkboek of geef met eigen woorden enige toelichting.

In beweging

Optie 1

Lees de opdracht voor en vraag of het duidelijk is. Peil de reactie op de opdracht, verhelder de opdracht voor leden van de groep die het misschien nog wat vaag vinden. Misschien helpt het als jullie met elkaar alvast een aantal voorbeelden bedenken. Vertel de groep dat jullie hier bij de volgende bijeenkomst bij ‘verhalen delen’ op terug zullen komen.

Optie 2

Deze oefening werd in blok 3 ook aangeboden, dit kan een moment zijn om te kijken hoe jullie hierin gegroeid zijn. TTT (this time tomorrow) is een in Engeland beproefde manier van korte getuigenissen geven tijdens de eredienst, maar het kan ook goed tijdens een bijeenkomst van een Bijbelkring of gespreksgroep. Peil wat de leden van de groep van dit concept vinden: wat is daar mooi en inspirerend aan? Vraag wie wil vertellen wat hij of zij morgen (zelfde tijd of overdag als het nu avond is) doet en hoe degene dat verbindt met geloof.

Gebed

Vraag vooraf of iemand specifieke dank-of gebedspunten heeft. Noem die in het gebed.

Bid tenslotte of God of jullie wil helpen vrucht te dragen aan de hand van de 7G’s. Je kunt dat doen door de punten zoals ze in het werkboek staan letterlijk zo te noemen of door er eigen woorden aan te geven.

Bedank de groep voor de inbreng en aanwezigheid en wens hen succes met het streven naar vrucht dragen door één van de 7G’s die ze misschien normaal minder aandacht geven te benadrukken.