Doelstelling

Verbondenheid in Christus is een status, iets wat God ons geeft. Tegelijkertijd is het elke keer weer een keuze om met Hem verbonden te blijven.

Weten: Missionair leven begint steeds opnieuw bij de verbondenheid met Jezus. Bij het leven met Jezus hoort vrucht dragen. Het is noodzaak, niet vrijblijvend, zonder Jezus ben je failliet.

Ervaren: Ervaren dat God je gebruikt doordat we vrucht dragen.

Doen: In de dagelijkse praktijk zoeken naar de verbinding met Christus.

Lied

Zing het lied ‘Laat me in U blijven, groeien, bloeien’ (OTH 284, LvK gezang 78) met elkaar.

Gebed

Dank God dat Hij jullie hier na de zomer weer bij elkaar gebracht heeft als deel van de gemeente en noem een aantal concrete dank- en gebedspunten. Bid tenslotte om Gods aanwezigheid bij deze bijeenkomst en zijn leiding in dit gesprek.

Bijbelstudie

Lees de tekst van de introductie of geef zelf woorden aan de intentie ervan, zodat voor iedereen duidelijk is dat het in dit blok gaat om het verschil tussen succes hebben en vrucht dragen. De sleutel ligt in het verbonden zijn met Christus.

Johannes 15:1-17

Laat het gedeelte door iemand uit de groep lezen en vraag de anderen actief mee te lezen door gespreksvraag 1 alvast te benoemen:

Gespreksvraag 1

Lees het Bijbelgedeelte nog een keer voor jezelf door. Wat zijn volgens jou de kernwoorden van deze woorden van Jezus? Probeer er minstens drie te noemen. Hoe zou je het gedeelte in je eigen woorden in één zin samenvatten?

Deze gespreksvraag is bedoeld om als groep even dieper in het Bijbelgedeelte te duiken en te kijken wat er staat. Geef mensen de ruimte om eerst voor zichzelf na te denken. Laat een paar mensen een antwoord noemen en dat toelichten. Het is niet nodig om nu alle vragen naar aanleiding van dit Bijbelgedeelte te beantwoorden of dingen uit te leggen. De meeste zaken komen waarschijnlijk later in dit gesprek nog een keer boven. ‘Parkeer’ vragen daarom even. Dit kan een moment zijn om wat achtergrondinformatie te geven over Jezus’ Ik ben-uitspraken.

Lees de toelichtende tekst over ‘Wie je bent’ in het werkboek of geef met eigen woorden enige toelichting.

Gespreksvraag 2*

Ben je zelf met Christus verbonden zoals een rank aan de wijnstok? Waarom wel of niet?

Dit is een persoonlijke vraag die ook als confronterend ervaren kan worden. Ga daarom niet de kring rond, maar peil wie op deze vraag wil antwoorden. Wil je er zelf iets over delen? Bereid dit dan voor. Dat kan andere leden van de groep ook inspireren om over hun verbondenheid met Jezus te delen. Juist deze vraag geeft aanleiding om te zeggen: Jazeker, ik ben met Christus verbonden, dat is bij de doop al gebeurt. Het is dus iets dat aan jouw eigen keuze voorafgaat. Ik stond al in een relatie met Hem voordat ik het kon beseffen. En ook als iemand later tot geloof is gekomen is Hij degene die zich verbond aan jou. Zijn initiatief dus!

Gespreksvraag 3*

Wat is het verschil tussen in Christus zijn en in Christus blijven?

Nu kan bij vraag 3 al het accent vallen op het ‘blijven’. Dat is dus ons antwoord op het gegeven ‘dat wij in Christus zijn’. Dat is geen statisch gegeven. Dat vraagt een echte keuze, telkens weer. Dat heeft met gebed te maken en met een leven in navolging. Er is ook een mogelijkheid van niet-blijven. Dat merk je –denk aan het beeld van de ranken – misschien nog niet eens. Het blad blijft groen, er is alleen geen druiventros te vinden. Een vruchteloos leven eindigt met: afsnijden en in het vuur werpen. Blijven is dus spannend! In het gesprek hierover kan je de deelnemers ook vragen hoe zij in Christus (kunnen) blijven. Wat is daarvoor nodig? Hoe doen ze dat?

Lees de toelichtende tekst over ‘Status’ en ‘Verbonden blijven’ in het werkboek of geef met eigen woorden enige toelichting.

Gespreksvraag 4*

Wat is vruchtbaar zijn in de ogen van God? Zou je hier ook concrete voorbeelden van vruchten kunnen noemen?

De term vruchtbaar zijn klinkt misschien niet zo abstract omdat je het beeld van een fruitboom voor je ziet, maar hoe vertaal je dat naar je eigen leven? Lees ter voorbereiding op de bespreking van deze vraag voor jezelf de achtergrondinformatie over ‘wat is vrucht’. Probeer de deelnemers uit te dagen om concrete ‘vruchten’ te noemen, ook uit hun eigen leven. Bij de vruchten kan je hier ook denken aan de 7G’s (pagina 118 in het werkboek).

Lees de toelichtende tekst over ‘Wat God laat groeien’ en ‘Missie’ in het werkboek of geef met eigen woorden enige toelichting.

Verhalen delen

Kijk naar het filmpje waarin Marieke, GZB-zendeling in Oost-Azië, spreekt over Bijbels bidden. Zorg voor een download of een goede internetverbinding waar jullie als groep samenkomen. Geef voordat jullie het filmpje kijken de kijkvraag mee. Dat helpt de groep kijken vanuit de juiste context. Laat het filmpje zien en bespreek daarna met elkaar de kijkvraag:

Hoe probeert Marieke dagelijks met God en zijn Woord te leven? Wat spreekt je aan in haar verhaal?

In beweging

Lees de opdracht voor en vraag of het duidelijk is. Peil de reactie op de opdracht, verhelder de opdracht voor leden van de groep die het misschien nog wat vaag vinden. Vertel de groep dat jullie hier bij de volgende bijeenkomst bij ‘verhalen delen’ op terug zullen komen. Je kan de deelnemers de tip geven om bij het overdenken in de avond hiervoor een paar aantekeningen te maken.

Gebed

Vraag vooraf of iemand specifieke dank-of gebedspunten heeft. Denk met elkaar na welke beloften Jezus in het Bijbelgedeelte geeft. Geef tijd om te bedenken wat ieder persoonlijk nodig heeft om nog meer vrucht te dragen. Vraag wie er wil voorgaan in gebed, of ga zelf voor in gebed of ‘verdeel’ de verschillende dank- en gebedspunten. Spreek dan wel af wie het gebed afsluit.

Bedank de groep voor de inbreng en aanwezigheid en wens hen succes met de oefening van het bidden met Gods eigen woorden. Geef even aan wanneer jullie volgende keer bij elkaar komen. Het is handig als ze zelf in de tussenliggende tijd het Bijbelgedeelte voor de volgende keer doorlezen.