Beginsituatie

– Jongeren kunnen – bewust of onbewust – denken dat de missionaire opdracht alleen voor bepáálde gemeenteleden geldt. Veel jongeren zien zending (en wellicht ook wel evangelisatie) als een persoonlijke (individuele) roeping: het vindt plaats op persoonlijk initiatief en minder als een zaak van de hele gemeente waartoe ze behoren, of van iedere gelovige.

– Mogelijk denken ze dat ze zelf onvoldoende geschikt of toegerust zijn om te getuigen van hun geloof. Want… ze twijfelen nog zo vaak. Ze zijn zelf nog helemaal niet zo zeker van het geloof, dus hoe kun je dan anderen erover vertellen?

– Daarnaast groeien veel jongeren in onze tijd en cultuur op met de gedachte van: ‘Iedereen moet zelf weten wat hij gelooft.’ Geloof is een individuele zaak en keuze geworden en de noodzaak om ook andere mensen in je eigen omgeving hiervan te vertellen, is voor veel jongeren steeds minder belangrijk. Want: iedereen moet toch zelf weten wat hij gelooft? Wie ben ik om aan anderen te vertellen dat het christelijk geloof het ware geloof is?

Doelstelling

– Jongeren ontdekken dat toen Jezus zei: ‘Ga dan heen…’, Hij ook hen bedoelde.

– Ze denken erover na wat ze van hun eigen geloof zouden willen en kunnen doorgeven.

– Ze vertrouwen zich toe aan Gods leiding daarbij en worden bemoedigd door het feit dat Hij meegaat.

Bijbelgedeelte

Mattheüs 28:16-20

Voor deze tijd springt uit dit gedeelte misschien het meest in het oog dat Jezus wil dat al de volken onderwezen worden in zijn Naam. Geen enkele relativering of beperking van deze opdracht is op zijn plaats. En wat opvalt in dit Bijbelgedeelte is, dat ondanks twijfel, iedereen daarbij een gezondene is, op zijn eigen plaats en op zijn eigen manier. Daarbij krijgen de discipelen direct een sterke bemoediging mee, ze hoeven het niet alleen te doen, in eigen kracht: Ik ben met je! We mogen erop vertrouwen dat God zelf met ons meegaat.

Lied

U bent de God die roept (OTH 210)

Gebed

– Dank God voor alle gesprekken die je de afgelopen twee jaar samen gehad hebt rond Focus.

– Vraag of Hij steeds meer van zichzelf en zijn liefde bekend wil maken en om groei, om steeds meer gehoorzaamheid en liefde om Hem te volgen.

– Bid om zelf ook ‘gezonden’ te worden, te delen van zijn liefde en genade aan mensen in je eigen omgeving.

– Bid voor die momenten dat het moeilijk is, waarin twijfel de kop opsteekt. Of je dan mag merken dat de belofte uit Mattheus 28 waar is: Ik ben met je!

Verhalen delen

Ga in gesprek met de tieners en jongeren over het vorige gesprek: Herinner je je het vorige Focusgesprek nog? We hebben met elkaar nagedacht in hoeverre je te maken krijgt met tegenstand, met smaad, omdat je gelooft. En hoe je daarmee om kunt gaan, op zou kunnen reageren. In hoeverre ben je de afgelopen periode met een vorm van lijden, tegenstand vanwege je geloof geconfronteerd? Hoe heb je daarop gereageerd, hoe ben je daarmee omgegaan?

Introductievorm

Gevraagd!

Tieners denken na over wat er komt kijken bij iemand die ‘gezonden’ wordt.

Benodigdheden

– Voor elke tiener / jongere een werkboek en een pen.

Werkwijze

– Lees de personeelsadvertentie in het werkboekje voor. Hoe zou een personeelsadvertentie voor een zendeling, iemand die gezonden wordt, eruit zien? Laat tieners/ jongeren in groepjes bespreken hoe ze de advertentie zouden invullen.

– Op de blanco personeelsadvertentie schrijven de tieners hun gedachten over de vacature. Je kunt hen helpen met de volgende suggesties of puzzelstukjes. Let wel: niet alles wat hier staat hoeft genoemd te worden. Het gaat er echt om dat ze hun eigen gedachten vormen. Je mag hen met deze suggesties helpen in hun gedachtenvorming of prikkelen tot nieuwe gedachten:

– Je bent overtuigd van je geloof in God. Je staat open voor Gods leiding in je leven en je deelt je geloof met de mensen om je heen.

– Je bent een actief lid van je plaatselijke gemeente. Ook al valt er wel eens wat te klagen, toch voel je je er thuis.

– Je vindt het leuk om contact te leggen met mensen om je heen, ook uit andere culturen en landen.

– Je kunt zelfstandig werken, maar je bent ook een teamspeler. Door te dienen laat je anderen tot hun recht komen.

– Je bent open en bereid om te leren van anderen.

– Je hebt een goed inzicht in je eigen mogelijkheden en beperkingen.

– Je hebt gevoel voor taal en spreekt één van de wereldtalen: Engels, Frans of Spaans.

– Er is een zorgvuldige procedure voor werving en selectie, bestaande uit gesprekken, een psychologisch onderzoek en een medische keuring.

– Je wilt kerken in Nederland vertellen over het zendingswerk in het buitenland voor betrokkenheid en uitwisseling van ideeën.

– Je hebt ervaring in het werken met niet-christenen en een verlangen het evangelie uit te dragen in persoonlijke contacten.

– Je beschikt over zeer goede communicatieve vaardigheden. Denk samen na over hoe aantrekkelijk de advertentie eruit ziet. Zou je hier zelf ooit op solliciteren, of past het niet in de carrière die je voor je ziet? Wat weerhoud je ervan, en wat zou je wel een uitdaging vinden?

En, probeer het gesprek ook te laten gaan over het buitenland en onze taak hier. Dat kan door deze vraag te stellen: Kijk nog eens goed naar deze advertentie: moet je hiervoor nu per se naar het buitenland? Gelden een heel aantal dingen uit deze advertentie niet gewoon voor jou, op de plek waar jij woont, naar school gaat, werkt, je vrije tijd invult etc. Daar kun je toch ook invulling geven aan deze vacature?

Bijbelstudie

Mattheus 28:16-20

Tieners en jongeren worden bemoedigd door het feit dat Jezus alle macht heeft in hemel en op aarde. Het loopt Hem niet uit de hand en Hij werkt aan voltooiing van zijn Koninkrijk, ook al zie je dat niet altijd. Dit geloof mag ook hen in beweging zetten. Zij worden opgeroepen om deze Jezus ook koning te laten zijn in hun leven en om zo zijn regering mede gestalte te geven.

Waar gaat het naar toe?

Jongeren gaan in gesprek over het Bijbelgedeelte n.a.v. de Zweedse methode.

Benodigdheden

– Voor elke jongere een werkboek en een Bijbel.

Werkwijze

– Vertel eventueel nog iets meer over de context van het gedeelte: Jezus geeft zijn regeringsverklaring af: ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.’ Hij heeft het voor het zeggen. Jezus verbindt in dit gedeelte zijn (al)macht aan ons erop uitgaan. Het gaat hier om macht in actie. Hij regeert, en door ons heen wil Hij aan de wereld laten zien hoe Hij regeert.

– Laat jongeren nadat je het gedeelte eerst met elkaar hebt gelezen, de verschillende symbolen een plek geven.

– Loop met de jongeren de verschillende symbolen langs. Welke symbolen zijn gekozen? Ter illustratie: Wat hebben jongeren ingevuld bij het vers: Mij is gegeven alle macht. Vinden ze dat juist mooi of hebben ze met dat vers juist moeite? Waarom? Of roept het een vraag op: hoe regeert U dan? Hetzelfde doe je met name bij vers 19: Ga dan heen… Welke reactie roept dat bij jongeren op? Vinden ze dat mooi, bemoedigend, of juist moeilijk? Durven ze genoeg op de belofte van God te vertrouwen om eropuit te gaan?

Achtergrondinformatie

Vers 16 – Terwijl onder de Joden het praatje de ronde doet dat de leerlingen het dode lichaam van Jezus gestolen hebben, vertrekken de leerlingen zelf naar Galilea. Jezus heeft hen ontboden op een berg die Hij aangewezen had. Sommigen vertalen met ‘de berg waar Jezus hen had onderricht’. Als dat zo is, dan zou deze berg de plek zijn waar de discipelen ook de Bergrede hebben aangehoord. Als Jezus dan zegt: ‘Lerende hen onderhouden wat Ik u geboden heb’, dan moet het de discipelen duidelijk zijn wat Jezus met deze woorden bedoelt.

Vers 17 – Als Jezus hen daar verschijnt, dan bewijzen ze Hem eer. Enkelen van hen twijfelen. Er staat níet dat de twijfelaars Hem geen eer bewezen hebben. Je zou kunnen zeggen: bewijs Jezus eer, ook al twijfel je nog, ook al zie je dat koningschap van Hem niet altijd even scherp. In het eren van Hem geef je Jezus wél zijn plaats als Koning! Het twijfelen van sommigen kan heel goed doelen op de twijfel voortkomend uit de vraag waarom Jezus als de Zoon van God zo moest lijden. Hoe kan men Gods Zoon en het sterven aan het kruis met elkaar verbinden? Deze twijfel komt niet zozeer voort uit miskenning van Jezus’ leven en van zijn majesteit. Het is geen twijfel van hoogmoedigen, maar van verwonderden.

Vers 18 – Het is alsof Jezus hun twijfel ziet. Hij komt naar hen toe! Hij komt in hun twijfel bij hen. Middenin die twijfel klinkt zijn machtswoord: ‘Mij is gegeven…’ Dat is nogal wat. Geen koning, dictator, of wie dan ook heeft ooit zoiets opgeëist! Jezus eist die macht wel op, die macht is Hem gegeven (van de Vader). Alle macht, om precies te zijn. Dat is: de bevoegdheid plus de power om hem uit te oefenen.

Vers 19 – Jezus verbindt zijn almacht direct aan het heengaan van de leerlingen: ‘Ga dán heen.’ Jezus’ macht zet aan tot actie. Het is alsof Hij zeggen wil: ‘Als ik de Heer ben van alle dingen, leg dan mijn hand op alle dingen. Maak het waar en getuig ervan.’ (dr. G. v.d. Brink) Heengaan, op weg gaan, leerlingen maken en mensen leren onderhouden wat Jezus ons geboden heeft, dat heeft alles te maken met rondgaan en leven zoals Jezus rondging en leefde: vol liefde, dienend en met ontferming bewogen.

Vers 20 – Jezus eindigt met een enorme bemoediging. Hij luidt die in met: ‘En zie.’ Hij bedoelt: houd dit voor ogen. Het is alsof Jezus weet dat er momenten zullen komen dat er ogenschijnlijk níets van het Koninkrijk zichtbaar zal zijn. En juist dan belooft Hij met ons te zijn. Niet door de eeuwen heen, maar alle dagen. Jezus bewaakt niet alleen de grote lijn, maar Hij is altijd bij ons, elke dag van ons leven.

In beweging

Ook ik gezonden!

Jongeren ontdekken naar aanleiding van stellingen dat iedereen wordt geroepen en gezonden!

Werkwijze

– Benadruk bij deze werkvorm dat dit het laatste gesprek is in het Focustraject. Hiermee is een einde gekomen aan twee jaar lang met de hele gemeente optrekken rond dezelfde thema’s. Allemaal om samen te ontdekken wie Jezus voor ons persoonlijk is en hoe we ons leven kunnen delen met mensen om ons heen. Haal kort wat dingen op uit de afgelopen twee jaar, en ook concreet over verschillende dingen die bij jou als leidinggevende terugkomen als je aan deze groep en het Focustraject denkt.

– Introduceer deze opdracht door kort terug te kijken op het Bijbelgedeelte: Jezus heeft intensief met zijn discipelen opgetrokken. Daar komt nu een einde aan. Maar, ze worden opgeroepen om zelf verder te gaan, en nog meer mensen te vertellen over Hem. Dat hoeven ze niet alleen te doen, Hij zal zelf met hen meegaan.

– Leg vervolgens de kaartjes met stellingen op tafel (maak indien nodig groepjes). De stellingen gaan allemaal over gezonden worden, wat kun jij doorgeven van wat je ontdekt hebt. Laat de jongeren in de groep alle stellingen lezen en er vervolgens één uitkiezen waarover ze iets willen zeggen of vragen. Bespreek vervolgens de stellingen: je vraagt hen de stelling voor te lezen en er vervolgens hun mening over te geven. Betrek daarna de rest van het groepje erbij door hun reacties te vragen of verhelderingsvragen te stellen. Ga over de stellingen in gesprek. Vraag door naar wat er moeilijk is om antwoord te geven, wat kan er in de weg staan? Waar aarzel/twijfelen jongeren over? Maar ook: Wat nemen ze mee van de afgelopen twee jaar, van het Focustraject? Wat hebben ze zelf van Jezus geleerd en wat zouden ze daarvan aan anderen door willen geven?

– Zing en/of luister tot slot met elkaar het lied: Zegen mij op de weg die ik moet gaan.