Tijdpad

Als je dit programma gebruikt op de kindernevendienst, zul je een keuze moeten maken uit de verschillende programmaonderdelen. Maak voor jezelf van tevoren een tijdpad. Kies voor jonge kinderen voor de Introductievorm en de Vertelling. Kies voor de oudere kinderen voor het onderdeel Bijbel en In beweging.

Beginsituatie

De meeste kinderen zullen weten wat er op Goede Vrijdag en Pasen wordt gevierd. We denken dan aan de kruisiging van Jezus en aan Zijn opstanding. Toch ligt de nadruk eerder op Pasen, dan op Goede Vrijdag en dat is ook te begrijpen. Het is veel fijner om blij te zijn en feest te vieren, dan om verdrietig te zijn en te treuren. Dat Jezus is gestorven zullen de kinderen weten. Of ze echt begrijpen dat Hij dit ook voor hen persoonlijk heeft gedaan en wat dit Hem heeft gekost, is de vraag. Maar, dit geldt misschien wel voor ieder mens: in hoeverre kunnen we met ons verstand hierbij? Laten we er voor waken om het ‘gewoon’ te gaan vinden en ons vooral blijven verwonderen om Gods grote liefde voor ons.

* Als je dit gesprek niet in de lijdenstijd of stille week bespreekt, zullen de kinderen het misschien een vreemd Bijbelgedeelte vinden om over na te denken. Houd hier rekening mee, benoem dit van tevoren.

Persoonlijke voorbereiding

Lucas 23:33-43

– Lees het Bijbelgedeelte door.

– Gebruik onderstaande punten voor je eigen voorbereiding.

– Lees in de voorbereiding ook Jesaja 53:1-5.

Golgotha

Dit Bijbelgedeelte brengt ons op de plek waar we Jezus ten diepste leren kennen: bij het kruis waaraan hij zijn leven gaf voor ons. De stoet met criminelen, soldaten en toeschouwers komt aan bij de plaats die Schedel genoemd werd (vers 33) ook wel Golgotha genoemd. Alle vier de evangeliën benadrukken dat Jezus niet alleen werd gekruisigd, maar dat Hij tussen twee misdadigers in aan het kruis werd gehangen. In Jesaja 53:12 wordt gezegd dat de lijdende Knecht bij de overtreders wordt gerekend. Het wordt slechts in een paar woorden verteld ‘ze kruisigden Hem’ (vers 33), maar het dragen van de enorme pijn en publiekelijke schande maakt de kruisdood tot een van de verschrikkelijkste straffen die je in die tijd kon krijgen.

 

Bespot

Van alle kanten wordt Jezus bespot. Welke koning, welke verlosser zou dit laten gebeuren? Zelfs één van de misdadigers neemt spottende woorden in de mond: ‘Als U de Christus ben, verlos dan Uzelf en ons’ (vers 39). De gedachte van alle spot is dat  het kruis een afschuwelijke nederlaag is, een veroordeling van alles wat Jezus heeft gezegd en gedaan en van wie Hij heeft gezegd te zijn. Nu wordt Hij ontmaskerd. Einde verhaal. Reden om hem uit te lachen en te bespotten. Haaks op de spot, blijft de liefde van Jezus staan. Hij bidt zelfs voor de soldaten: ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen’ (vers 34). Misschien bidt Hij wel voor alle zondaars die niet beseffen dat Hij hun redder is.

 

Met andere ogen

De tweede misdadiger kijkt met andere ogen naar Jezus. Hij begrijpt waarschijnlijk niet dat dit kruis ten diepste verzoening brengt, maar hij ziet wel dat Jezus anders is. Dat Hij onschuldig is, dat Hij een koning is. Hij komt voor Jezus op. Hij kijkt ook met andere ogen naar zichzelf: hij ziet zichzelf niet als slachtoffer, maar als schuldige (vers 41). Misschien is dat wel nodig om echt te begrijpen wie Jezus is. Hij zegt: ‘Heere, denk aan mij, als U in Uw Koninkrijk gekomen bent’(vers 42). Alleen wie eerlijk naar zichzelf durft te kijken en zijn eigen zonden ziet, ziet wie Jezus werkelijk is, en waarom geen mens zonder Hem kan. Wie Jezus wil  ontmoeten, kan niet om het kruis heen. Daar zien we ten diepste wie Hij is en hoe Hij ons redt. Hoe dichterbij het kruis, hoe groter de verwondering over zijn liefde en genade. Hoopvol en genadig zijn de woorden van Jezus tot deze misdadiger: ‘Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met mij in het paradijs zijn’(vers 43).

Doelstelling

Weten: Kinderen staan (opnieuw) stil bij wat Jezus voor hen heeft gedaan aan het kruis.

Ervaren: Kinderen verwonderen zich over hoe groot Jezus’ liefde is voor mensen.

Doen: Kinderen worden aangemoedigd om Jezus te bedanken voor Zijn lijden en sterven.

Lied

Heet de kinderen welkom en zing het lied ‘Alzo lief had God de wereld’ (OTH 426). Vraag na het zingen: hoe kun jij merken/zien dat God de wereld zo lief heeft? Dat is door het kruis, maar misschien komen kinderen ook wel met andere verrassende en mooie antwoorden.

Andere liederen:

Psalm 22

Als ik m’n ogen sluit (425)

Waarom bleef U zo stil (435)

Gebed

Vraag of God jullie wil helpen om na te denken over het lijden en sterven van Jezus. Zodat we meer en meer mogen begrijpen hoe enorm groot Jezus’ liefde is voor ons mensen.

Gesprek over medailles

Begin met een gesprekje over een medaille. Neem er een aantal mee om te laten zien. Of verzamel een paar plaatjes van verschillende medailles via het internet om te laten zien. Vraag aan de kinderen wanneer je een medaille krijgt. Laat de kinderen met eigen verhalen komen. Denk aan medailles voor het lopen van de avondvierdaagse, een olympische medaille, maar ook aan een oorlogsmedaille. Laat in het gesprekje naar voren komen dat je een medaille krijgt als je heel erg moedig bent of iets heel bijzonders hebt gedaan. Sommigen medailles krijg je zelfs alleen als je iets gedaan hebt met gevaar voor je eigen leven.

Maak de overstap naar de bijbelopdracht: Als iemand een medaille verdient, dan is Jezus wel. Hij heeft iets heel bijzonders gedaan. Iets wat niemand op de hele wereld Hem na kan doen. Het kostte zelfs Zijn leven. Ga verder met het verhaal. 

Vertelling

Voorbereiding

Verdiep je in het Bijbelgedeelte. Gebruik hiervoor de achtergrondinformatie die staat in de handleiding. Leidraad voor de vertelling is Lucas 23:33-46 en Lukas 24:1-9. We kiezen ervoor om het sterven en het opstaan van Jezus bij elkaar te houden. Zeker met het oog op  jonge kinderen is dit belangrijk.

 

Brug van de introductie naar de vertelling

Elk jaar opnieuw vieren we Goede Vrijdag en Pasen. Waarom doen we dat denk jij? Dat is omdat je er dan ook elke keer weer heel speciaal over nadenkt. En als je dat doet, dan kun je ook nooit vergeten wat Jezus toen heeft gedaan!

 

Verhaal

Vertel het verhaal vanuit Maria, de moeder van Jezus. Het verhaal begint op Golgotha.

 

Diepbedroefd kijkt Maria om zich heen. Veel ziet ze niet meer. De tranen branden in haar ogen. Enkele uren geleden was er opeens diepe duisternis. Waarom, vraagt ze zich steeds af, waarom? Daar bovenop die heuvel, daar hang Hij. Haar Zoon, Gods Zoon. Wat voelt ze zich alleen en verlaten. Toch staat ze hier niet alleen. Naast haar staat Maria Magdalena te huilen, en aan de andere kant staat de moeder van Johannes en Jacobus. Ze kunnen niets doen, maar ze willen er toch bij zijn. Snikkend slaat Maria haar handen voor haar ogen. ‘Eigenlijk wisten we dat het zou gebeuren, Maria’, zegt Maria Magdalena, terwijl ze een arm om Maria heen slaat. ‘Jezus heeft het wel eens gezegd. Zelfs in de oude boekrollen is het al gezegd. Hoe staat het er ook alweer? Als een lam zal Hij ter slachting geleid worden.’ Ja, Maria weet het ook wel. Ze heeft er vaak over nagedacht, maar het doet zo’n pijn om haar Zoon nu daar te zien hangen. Onschuldig, tussen twee moordenaars in. De soldaten hebben onder het kruis nog om Zijn kleren zitten dobbelen. Maria zag het wel. Ze heeft hen ook wel horen roepen naar haar Zoon: ‘Als U echt de Koning van de Joden bent, kom dan van het kruis af!’ Vreemd eigenlijk dat ze niet in Hem geloven, maar Hem wel de Koning van de Joden noemen. Ze hebben het zelfs op een bordje geschreven en boven Zijn hoofd gehangen. Dan opeens schrikt Maria op uit haar gepeins. Ze hoort een stem in de duisternis roepen: ‘Eli, Eli, lama sabachtani.’ Om haar heen hoort Maria stemmen. ‘Hoor’, zegt iemand, ‘Hij roept Elia aan.’ Maar Maria heeft wel verstaan wat haar Zoon zei: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Het snijdt Maria door haar ziel. Nu is haar Zoon, Gods Zoon, zelfs door zijn eigen vader verlaten. Wat een diep lijden moet Hij doormaken. Verlaten van God en van de mensen. Daar hangt Hij en draagt de straf. Dan hoort ze Hem zeggen: ‘Vader, in Uw handen beveel ik Mijn Geest.’ Jezus sterft. Hij legt Zijn leven in handen van de Vader. Dan begint de grond onder de voeten van Maria te trillen en te beven. Verschrikt kijken de vrouwen elkaar aan. Wat gebeurt er? ‘Kom, laten we maar naar huis gaan’, zegt één van de vrouwen, ‘Jezus is gestorven, we kunnen niets meer doen.’ diepbedroefd loopt Maria gearmd met de andere vrouwen de heuvel af. Terwijl ze de straten van Jeruzalem inlopen, vangt Maria stukjes van gesprekken op: ‘Heb je het ook gehoord? zelfs de hoofdman over honderd beweert dat Jezus Gods Zoon moet zijn geweest’, en: ‘het voorhangsel in de tempel is doormidden gescheurd, van boven naar beneden, wat zou dat betekenen?’ Maar al die gesprekken dringen niet tot Maria door. Daarvoor is ze veel te verdrietig.

 

Het is nog heel donker en stil buiten. Dat komt omdat het nog heel erg vroeg in de ochtend is. Het is zondag vandaag, de eerste dag van de week. Maria is al heel vroeg op pad gegaan. Niet alleen, samen met de andere vrouwen is ze op de weg naar het graf van haar Zoon. Maria denkt terug aan de afgelopen dagen. Jezus, haar Zoon, gestorven aan het kruis. Ze kan het maar niet begrijpen. Ze heeft bijna niet gekeken, zo erg vond ze het! Gelukkig mocht Jozef van Arimathea, een rijk lid van het Sanhedrin, het lichaam van Jezus van het kruis halen. Hij had dit samen met Nicodemus gedaan. Ze hadden het lichaam van Jezus in doeken gewikkeld en meegenomen naar het graf. En daar gaat ze nu naartoe. Ze hebben allemaal specerijen meegenomen, want misschien kunnen ze het lichaam van Jezus nog zalven. Dan kunnen ze tenminste nog iets voor Hem doen om te laten zien dat ze van Hem houden. ‘Kijk nou, Maria’, hoort ze opeens één van de vrouwen roepen. ‘De steen is weggerold!’, roept een ander. Maria schrikt en ziet dat ze gelijk hebben. De steen is weggerold en het graf is open! De vrouwen kijken elkaar aan. Hoe kan dat? Ze lopen ernaartoe en kijken in het graf. Het is leeg! Maar, dat kán toch niet? Maria kijkt nog eens, maar het graf is echt leeg. Waar is het lichaam van Jezus? Verschrikt kijken de vrouwen elkaar aan. Dan zien ze twee mannen, in blinkende kleren, staan bij het graf. Maria slaat haar handen voor haar ogen en doet een paar stappen achteruit. Samen met de andere vrouwen buigt ze zich diep naar de grond. Ze hoort een stem: ‘Waarom zoekt u Iemand die leeft bij de doden?’ Maria houdt zich heel stil, want wat deze engel zegt, dat wil ze horen. Ze voelt dat het belangrijk is. De stem gaat verder: ‘Jezus is hier niet, Hij is opgewekt. Herinner u hoe Hij tot u gesproken heeft. Hij heeft het Zelf gezegd. Hij moet lijden en sterven, maar zal op de derde dag opstaan!’ Na deze woorden blijft het heel stil. Maria, en ook de andere vrouwen, denken na over deze woorden. Ze gaan in gedachten terug naar de plek waar Jezus deze woorden gezegd heeft. Dat was in Galilea. En heel langzaam dringt de betekenis van deze woorden door bij Maria. Ze komt overeind, ze recht haar rug en kijkt om zich heen. ‘Ja’, zegt ze dan, ‘Ik kan het mij herinneren. Ik weet het weer. Dit heeft Hij gezegd.’ Waren de vrouwen eerst stil en verdrietig, nu beginnen ze steeds meer tegen elkaar te praten. Steeds meer herinneringen komen boven. Hun stemmen klinken steeds blijder. ‘Kom’, zegt Maria, ‘we moeten dit gaan vertellen aan de discipelen en aan iedereen die het horen wil. Onze verwachtingen klopten niet! Wij dachten dat het voorbij was, voorgoed voorbij. Maar, we hadden het kunnen weten! Bij God gaat het anders! Hij heeft Zijn Zoon Jezus opgewekt uit de dood. Hij leeft!

 

Afronding

We hebben het al eerder over medailles gehad. Nou als er Iemand is die een speciale medaille verdient, dan is het Jezus. Hij geeft zichzelf helemaal aan het kruis. Dit doet Hij voor jou en mij. Kijk nog maar eens goed én geloof het!

 

Na de vertelling mogen de kinderen in de medaille (in het werkboek) schrijven wie Jezus voor hen is en mogen ze de medaille inkleuren.

Ketting met een kruisje

Vraag van tevoren aan iemand die een ketting met een kruisje draagt, of hij hierover iets wil vertellen op jullie kinderclub of nevendienst. Misschien is er wel een leidinggevende die zo’n ketting draagt!

 

Begin met een gesprekje. Sommigen mensen hebben een schilderij van een kruis aan de muur hangen of zelfs een houten kruis. Heb jij dat wel eens gezien? Er zijn ook mensen die een kruisje om hun nek hebben hangen als ketting. Ken jij mensen die een ketting dragen met een kruisje eraan? Weet jij wat dit kruisje betekent? Waarom zouden deze mensen dit dragen? Dat is toch eigenlijk best wel vreemd… Het gaat om een hele verdrietige, nare gebeurtenis en dan draag je dat altijd bij je… Vraag hierna aan de leidinggevende of gemeentelid, waarom het kruisje zo belangrijk is. Waarom draag je dit? Oudere kinderen kun je vragen om eens heel goed op te letten of je iemand in de kerk, op school of ergens anders, ziet die een kruisje draagt. Dan mag je weten dat hij of zij ook gelooft dat Jezus gestorven is aan het kruis. Het is dus ook een herkenningsteken voor christenen! Wijs ze even op de opdracht in het werkboek. Kom hier de volgende keer dan ook op terug. Heb je iemand gezien?

Gebed

Als je dit nog niet bij de bijbelopdracht (groep 6, 7, 8) gedaan hebt, zing (of luister je samen naar) het lied ‘Als ik m’n ogen sluit’ uit de liedbundel Op Toonhoogte (452). Hierna bidden en danken jullie samen. Gebruik bij de oudste kinderen de gebedspunten die zij in het werkboekje hebben opgeschreven. Aan de jongere kinderen vraag je van tevoren om gebedspunten.

(in kadertje hierbij)

Als jij aan het kruis van Jezus denkt, waar wil jij dan voor bidden en danken?

Extra opdracht: Potje met een bloembol

Nodig: bloembollen, potjes met aarde, versiermateriaal.

In het werkboek kunnen de kinderen bij elke stap een tekening maken.

Werkwijze: Vertel de kinderen dat het vandaag over een heel verdrietig verhaal ging. Jezus die sterft aan het kruis voor ons. Maar wij mogen weten dat het verhaal hiermee niet afgelopen is! Wat gaat er namelijk gebeuren? Laat de kinderen vertellen. Benadruk dat alle hoop weg lijkt te zijn, maar dat het Pasen wordt en dat Jezus dan opstaat uit de dood! Dan is het feest! Leg nu de link met de bloembollen. Vind jij zo’n bloembol er mooi uit zien? Nee toch! De bol is dor en droog en lijkt wel dood. (stap 1 werkboek) Maar wij weten dat er uit deze bol een hele mooie feestelijke bloem komt. Geef alle kinderen een bloembol en een potje aarde. Laat ze zelf de bol poten. Leg uit hoe dat moet. Strooi er een laagje grond overheen (stap 2 werkboek) De kinderen kunnen hierna de potjes versieren met verf, stiften of stickers. Schrijf op het potje: Jezus leeft!

Verzorg jouw bloembol goed en maak, als de bloem uit gekomen is, nog een keer een tekening in je werkboek (stap 3).