Doelstelling

Samen nadenken over hoe wij opmerkzaam kunnen worden voor Gods stem op de plaats waar wij dagelijks zijn.

Weten: God brengt je dagelijks in situaties waarin je kan  dienen. Je kunt leren oog te krijgen voor de naaste die  onverwacht op je pad komt.

Ervaren: Geraakt worden (innerlijke ontferming ervaren) dat de ander verrassend anders kan zijn en dat Gods agenda anders kan zijn dan de onze.

Gaan doen: Als reactie op innerlijke ontferming door het zien van de nood van de ander je in beweging laten brengen. Let daarbij op de ‘interrupties’ in je leven: doe je ogen open voor wat er op je pad komt.

Verhalen delen

In het vorige gesprek spraken jullie af om meer uit je persoonlijk (werk-) leven met elkaar te delen. Vertel aan elkaar of dit is gelukt, hoe gemeenteleden reageerden en of het iets veranderd heeft. Ook als je de opdracht niet hebt kunnen uitvoeren, is het goed om terug te kijken waarom het niet lukte. Vinden mensen het misschien moeilijk om zich kwetsbaar op te stellen? Waarom vinden ze dat moeilijk? Kunnen jullie ervoor zorgen dat het ‘veiliger’ wordt? Zorg dat de sfeer open en uitnodigend is en dat er geen druk ervaren wordt om iets tegen je wil iets over jezelf te delen. Vraag of de groep hier actief mee verder wil gaan en deel tips hoe je jezelf kan stimuleren om meer van je leven met anderen te delen.

Gebed

Ga voor in gebed en neem in de dankzegging of voorbede ook mee wat jullie hebben ervaren in de oefening.

Bijbelstudie

Introductie

Kom kort terug op wat jullie vorige keren hebben gedaan: het eerste gesprek ging over de raakvlakken tussen jouw wereld en die van mensen om je heen die niet in Jezus geloven.

Daarna spraken we over situaties waarin het zwaar kan zijn om je geloof in de praktijk te brengen in een omgeving waar niet iedereen (of bijna niemand) christen is. Vorige keer  stonden we stil bij de gemeente die haar leden mag toerusten, steunen en uitdagen om het verschil te maken in hun  omgeving. Door deze sessies heen hebben wij beklemtoond dat Gods ons wil gebruiken om een verschil te maken op de plek waar wij zijn. We willen de leden van de kring helpen in te zien dat waar ze ook zijn, God hen kan gebruiken om voor Hem een verschil te maken. Maar dan rijst vanzelf de vraag: Wat wil God dan dat ik doe? Dat is een goede vraag, maar ook een vraag die ons kan verlammen. We kunnen zo onzeker worden dat we maar helemaal niets doen. En soms helpt het luisteren naar verhalen van anderen ook niet. Succesverhalen kunnen ons intimideren en leiden tot de reactie: ‘OK, het heeft voor jou gewerkt. Maar verplaats je nu eens in mijn  situatie, dan zou jij je ook niet zo zeker voelen’. Maar misschien maken we het ontdekken van wat God van ons wil wel te moeilijk. Misschien hoeven we alleen maar te vertrouwen dat Hij ons zal leiden waar Hij wil dat we gaan en ons duidelijk zal maken wat we doen moeten.

Lees de toelichtende tekst in het werkboek of geef met eigen woorden enige toelichting.

Handelingen 1:1-14

Laat het Bijbelgedeelte door iemand uit de groep lezen. Vraag de anderen actief mee te lezen door alvast te bedenken welke personages ze in deze geschiedenis tegenkomen.

Lees de toelichtende tekst in het werkboek of geef met eigen woorden enige toelichting.

Gespreksvraag 1

Welke soorten mensen spelen in dit Bijbelgedeelte een rol? Wat weten we van ze?

Deze vraag is bedoeld om als lezer meer in het Bijbelgedeelte te komen en te ontdekken wat er staat. Laat de groep eerst voor zichzelf nog een keer het gedeelte in stilte lezen. Vraag telkens iemand om een karakter uit het verhaal te noemen en te vertellen wat we over hem weten.

Lees de toelichtende tekst in het werkboek of geef met eigen woorden enige toelichting.

Gespreksvraag 2*

De wetsgeleerde leek voor zichzelf een helder beeld te hebben wie zijn naaste is.

  1. Wie zie jij als je naaste? Denk hierbij ook eens terug aan de ‘in beweging’-oefening bij gesprek 3 van blok 1 waarin je oefende om bewust andere mensen te zien. Voor wie uit het volgende lijstje ben jij naaste?
  • een eenzaam familielid
  • de buurvrouw
  • een ziek gemeentelid
  • de vluchteling in het opvangcentrum bij jou in de buurt
  • je vriendin die huwelijksproblemen heeft
  • je neefje die is blijven zitten en ruzie met zijn ouders heeft
  • je collega die worstelt met depressiviteit
  • ……
  1. Wie loop je misschien voorbij? Als je iemand wel opeens in het oog krijgt, doe je dan iets met wat je ziet?

De bedoeling van deze vraag is met elkaar te ontdekken voor wie jij een naaste kan zijn. Dat kunnen voor de hand liggende mensen zijn, maar misschien ontdekken kringleden dat er ook mensen zijn waarvoor ze een naaste kunnen zijn, waar ze in eerste instantie niet aan dachten.

Je kan ook nog terugverwijzen naar de netwerkoefening  van gesprek 1. Zijn de mensen die je daar ingevuld hebt je naasten? Of zijn er ook nog andere mensen? Mensen waar je misschien liever snel aan voorbij loopt?

Lees de toelichtende tekst in het werkboek of geef met eigen woorden enige toelichting.

Gespreksvraag 3*

Noem een voorbeeld van een situatie waarin je mensen op een afstand hield. Welke reden had je om aan hen voorbij te gaan?

Laat de kringleden concrete voorbeelden noemen uit hun eigen leven, waarin ze mensen (die misschien wel hulp nodig hadden) toch op een afstand hielden. Soms kan het helpen om als kringleider eerst zelf deze vraag te beantwoorden met een persoonlijk voorbeeld.

Lees de toelichtende tekst in het werkboek of geef met eigen woorden enige toelichting.

Gespreksvraag 4

Wat doet het met je als God zorgt voor een ‘interruptie’ in je leven en je moed vat om echt stil te staan bij de nood van de ander?
Bij de vorige vraag proberen we ons te verplaatsen in de mensen die snel voorbij lopen. Daar zij wij zelf als mensen snel toe geneigd. Zeker als het ons iets kost. Maar soms zijn er ook verhalen van hoop te delen. Gebeurtenissen waar we wel een naaste voor iemand zijn. Ook die verhalen mogen we delen. Niet om onszelf op de borst te kloppen, maar om God de eer te geven.
Vraag kringleden om een voorbeeld te noemen, waarbij ze stil stonden bij de nood van een ander. Vraag daarna door. Wat gebeurde er bij hen zelf? Wat deed het met hen? Lees de toelichtende tekst in het werkboek of geef met eigen woorden enige toelichting

In beweging

Lees de instructie voor deze oefening voor. Laat de groep tweetallen vormen (of een drietal als er een oneven aantal is). Geef ongeveer 5 minuten tijd en maak daarna een rondje door de hele groep en inventariseer de ideeën. Gebruik dit als inspiratie om de komende weken extra alert te zijn op wie God misschien op jouw pad plaatst.

Geef vervolgens het ‘huiswerk’ op: Houdt bij voor wie en in welke situatie je iets ervaart van Jezus’ innerlijke ontferming. Als je voor iemand een naaste kunt zijn, probeer je dan in zijn of haar nood te verplaatsen en bedenk hoe je diegene zo ver mogelijk tegemoet kunt komen. Daarbij heb je God nodig, betrek Hem dan ook in elke stap. Hij brengt mensen op je pad,

dan mag je er ook op vertrouwen dat Hij je geeft wat nodig is in die situatie.

Kondig aan dat jullie bij het onderdeel ‘in beweging’ van het volgende gesprek hier op terug zullen komen.

Verhalen delen

Zorg dat je het filmpje van Christien kunt laten zien. Kijk van te voren of het lukt met beeld en geluid. Zorg voor een  download of een goede internetverbinding waar jullie als groep samenkomen.

Geef voordat jullie het filmpje kijken de introductie of kijkvraag mee: Hoe probeert Christien in haar wijk een naaste te zijn? Dat helpt de groep kijken vanuit de juiste context. Laat het filmpje zien waarin gewone christenen vertellen over hoe zij als christen leven op de plek waar ze zijn.

Kom terug op de kijkvraag en laat een paar mensen reageren.

Op je werk

Bespreek bij voldoende tijd het verhaal van Elise en de bijbehorende vragen. Houd er rekening mee dat misschien niet iedereen (betaald) werk doet. Benadruk dan dat een vergelijkbare situatie zich ook bij vrijwilligerswerk, in de buurt of vereniging voor kan doen.

Gebed

Vraag vooraf of iemand specifieke dank-of gebedspunten heeft.

Dank God voor zijn innerlijke ontferming over ons en vraag Hij jullie innerlijke ontferming wil geven voor naasten die op je pad komen.

Spreek de genoemde dankpunten en voorbeden uit.

Sluit het gebed af met het gezamenlijk bidden van het ‘Onze Vader’.

Een andere of extra optie is om als afsluitend gebed ‘Heer, laat er meer ontferming zijn’ (OTH 372) van Sela met elkaar  te lezen, luisteren of zingen. Via www.sela.nl kan je  meeluisteren of de video-instructie om het lied samen te zingen bekijken. Een andere mogelijkheid is om het lied via Spotify te luisteren.

Lees ten slotte met elkaar in het werkboek de tekst van het idee voor de gebedswandeling voor. Moedig de groep aan dit individueel of met elkaar te doen. Vertel dat jullie er volgende keer bij ‘in beweging’ even op terugkomen om ervaren te delen.

Geef aan wanneer de volgende keer is en bedank de mensen voor hun bijdrage en aanwezigheid.

 

Gespreksplanner

Je kan hier de gespreksplanner downloaden om uit te printen: Gespreksplanner Gesprek 4 (blok 3)

Doelstelling van de avond

Samen nadenken over hoe wij opmerkzaam kunnen worden voor Gods stem op de plaats waar wij dagelijks zijn.

Weten: God brengt je dagelijks in situaties waarin je kan  dienen. Je kunt leren oog te krijgen voor de naaste die  onverwacht op je pad komt.

Ervaren: Geraakt worden (innerlijke ontferming ervaren) dat de ander verrassend anders kan zijn en dat Gods agenda anders kan zijn dan de onze.

Gaan doen: Als reactie op innerlijke ontferming door het zien van de nood van de ander je in beweging laten brengen. Let daarbij op de ‘interrupties’ in je leven: doe je ogen open voor wat er op je pad komt.

Tijdsindeling

Maak voor jezelf een globale indeling voor de avond. Zie hiervoor ook de algemene inleiding. Vul de begintijd van het onderdeel in:

  • Verhalen delen
    uur
  • Gebed
    uur
  • Bijbelstudie
    uur
  • In beweging
    uur
  • Verhalen delen
    uur
  • Op je werk
    uur
  • Gebed
    uur

Benodigdheden:







Gebedspunten:







Niet vergeten door te geven:







Datum volgende keer: