Tijdpad

Als je dit programma gebruikt op de kindernevendienst, zal je een keuze moeten maken uit de verschillende programmaonderdelen. Maak voor jezelf van tevoren een tijdpad. Kies voor jonge kinderen voor de Bijbelopdracht en de Verwerking. Kies voor de oudere kinderen voor de Introductie en het onderdeel Bijbel.

Beginsituatie

De meeste kinderen zullen zich weinig kunnen voorstellen bij de woorden ‘eensgezind’ en ‘eensgezindheid’. Dit zijn geen woorden die kinderen in hun dagelijks leven tegenkomen of gebruiken. Ze zullen het wel herkennen aan de hand van een voorbeeld. Als je samen in een voetbal- of hockeyteam zit, dan zal je moeten samen werken. Je hebt allemaal een andere positie in het spel, maar je hebt allemaal hetzelfde doel: winnen! Als christenen vorm je samen ook één team. Je neemt allemaal je eigen plekje in. Je hebt allemaal je eigen gaven en talenten, maar je hebt wel allemaal hetzelfde doel. En dat is: de Naam van Jezus groot maken en God eren en prijzen. Dit doe je door te leven zoals God dat van je vraagt. Kinderen weten vaak heel goed hoe zij als christen behoren te leven. Ze zullen zeker opnoemen dat je dan moet bidden en Bijbellezen, maar ook dat je niet mag vloeken of mag stelen. Dat het nog veel praktischer is en nog meer verweven zit met je leven van elke dag, zullen niet alle kinderen kunnen opnoemen. Het heeft ook alles te maken met bescheidenheid en met de ander belangrijker vinden dan jezelf. En, dat is voor veel kinderen én volwassenen nog best lastig.

Persoonlijke voorbereiding

Filippenzen 2:1-11

– Lees het Bijbelgedeelte door. Pak er ook een andere Bijbelvertaling bij. Dit kan zeker helpen om het gedeelte beter te begrijpen.

– Gebruik onderstaande punten voor je eigen voorbereiding. Streep alle woorden aan die volgens jou met de houding van een christen te maken hebben.

 

Eensgezind

Paulus roept de gemeente in Filippi op om ‘eensgezind’ te zijn. Door de manier hoe hij hiermee begint in vers 1 daagt hij de mensen in Filippi uit. Je zou hier zoiets in kunnen lezen: ‘Als jullie dan zeggen dat jullie geloven in Christus, zien anderen dit dan wel echt aan de manier hoe jullie met elkaar omgaan?’ Want als jullie geloven in de redding door Jezus Christus dan mogen anderen dat ook zien en merken! Zien anderen dat jullie uitblinken in naastenliefde? Want dan laat je ook iets zien van het Koninkrijk van God. Van de woorden van Paulus gaat ook zeker een bemoediging en troost uit. Want de Geest bindt ons samen en daar vloeit bewogenheid met en zorg voor elkaar uit voort. Je moet dan wel alles opzij zetten wat die eenheid in de weg staat. Dat ‘alles’ zijn met name jouw eigenbelang en arrogantie. Ieder mens is van nature egoïstisch en gericht op zichzelf, maar daar kun je tegen strijden. Paulus zegt dat je dat doet door je te richten op die ander. In vers 3 staat ‘de ander voortreffelijker achten dan jezelf’ en in vers 4 staat ‘oog hebben voor wat van anderen is’. Het medicijn voor een te hoge eigendunk is dus je richten op die ander! Wijze woorden van Paulus, want dit is ook wat ons helpt om dicht bij Jezus te leven en de eenheid met elkaar te zoeken. Hiermee geven we invulling aan het Koninkrijk van God. Voor deze houding naar de naaste, hebben we de heilige Geest nodig, alleen kunnen we dit niet.

 

Eensgezind zijn, of zoals in vers 2 staat ‘één van ziel’ en ‘één van gevoelen’, is niet hetzelfde als allemaal precies hetzelfde denken en doen. Het is wél dat iedereen zijn of haar gaven en talenten inzet om God de eer te geven. Iedereen is gericht op de heerlijkheid van God! Dat is ‘het geluid’ dat je samen laat horen: éénsluidend. Je zet je gaven, talenten en liefde in op een dienende manier, zodat je samen God groot maakt.

 

Lofzang op Christus

Paulus jubelt het uit (vers 5-11). Paulus geeft hier in een paar verzen een complete geloofsbelijdenis weer. Hij beschrijft in een paar zinnen Christus’ menswording, dood, opstanding en hemelvaart. Hij geeft hiermee een heel compact, maar wel compleet plaatje van Wie Jezus is en wat Hij deed. Paulus benadrukt hiermee hoe onze houding als gelovigen in Jezus Christus zou moeten zijn. Dat is de ‘gezindheid’ uit vers 5. Jezus is God, maar Hij is mens geworden, Hij leefde als dienaar, Hij stierf aan het kruis en werd daarna verhoogd. Jezus kan onze gedachten veranderen en ons hart beïnvloeden, zodat wij ‘eensgezind in Christus’ kunnen zijn.

 

Dienen

Jezus heeft de status en voorrechten afgelegd die bij zijn goddelijkheid horen. Hij werd ontledigd (vers 7), Hij werd ‘niets’. Dit deed Hij uit liefde voor de mensen. Hij vestigt zijn Koninkrijk door een weg van zelfverloochening en dienen. Wij willen graag iemand zijn en proberen naam te maken. Jezus legt alles af en krijgt zijn identiteit door te dienen. Hij leefde het leven dat wij zouden moeten leven, stierf de dood die wij verdienden. Wij moeten onszelf ook verliezen en de controle loslaten, wij moeten Jezus Heer maken in ons leven (vers 10 en 11). Dan kan de Geest aan het werk met ons. Zodat we (vers 1 en 2) eensgezind zijn en onze blijdschap volkomen is. Door te dienen en de gezindheid van Jezus te omarmen, kunnen we dan met Hem oplopen tot alle knie zich voor Hem buigt en elke tong belijdt dat Jezus Christus de koning is (vers 11).

Doelstelling

Weten: Kinderen horen dat Jezus ons het voorbeeld geeft hoe wij als christenen samen één gemeente van Hem kunnen zijn door elkaar te dienen en lief te hebben.

Ervaren: Kinderen ervaren dat zij, samen met alle anderen van de gemeente, bij elkaar horen.

Doen: Kinderen oefenen in het dienen en liefhebben van de ander.

Lied

Begin met een prachtig lied waarin jullie Jezus bedanken voor zijn lijdensweg en kruisdood. Zing met jonge kinderen het lied ‘Jezus, ik wil U bedanken’ uit de liedbundel Op Toonhoogte, nummer 431. Met oudere kinderen kun je ook het lied ‘Heer, ik prijs uw grote naam’ zingen (315). Spreek je verwondering ook hardop uit naar de kinderen toe. ‘Wat geweldig dat Jezus dit voor mij en jou heeft overgehad. Ik kan daar heel stil van worden.’

Gebed

Sluit in je gebed aan op het lied dat jullie net gezongen hebben. Dank Jezus voor zijn lijden en sterven, voor zijn overwinning op de dood. Dank Hem voor zijn onvoorstelbare grote liefde voor ons mensen. Hij neemt zelf de straf voor onze zonden op zich. Vraag of God met zijn Geest bij jullie wil zijn als jullie de Bijbel gaan lezen. Zodat wij kunnen leren hoe wij, net als Jezus, de mensen om ons heen kunnen liefhebben.

Introductievorm

Met de introductie komen de kinderen in het thema en kun jij meteen een kijkje nemen in hun leefwereld.

Verhalen delen

Met dit gesprek kun je er achter komen wat de kinderen belangrijke ‘kenmerken en/of herkenningspunten’ vinden van christenen.

 

Hoe herken je een christen?

Begin met deze vraag: Wie weet hoe je mensen noemt die Jezus Christus volgen? Precies, christenen. Dat zijn dus volgelingen van Jezus. Ze geloven in Hem en willen doen wat Hij zegt. In het vorige gesprek hebben we gehoord dat deze christenen eigenlijk allemaal bij elkaar horen. Je kunt zeggen dat alle mensen die in God geloven, wonen in hetzelfde Koninkrijk. Zij zijn bewoners van het Koninkrijk van God. Maar, nu ben ik eens benieuwd… lijken deze bewoners ook op elkaar? Als jij nu eens om je heen kijkt (op de club/nevendienst) of in de kerk tijdens de dienst, lijken de mensen (christenen) dan op elkaar? Laat de kinderen reageren. (Nee, niet als het om uiterlijk gaat.) Toch kun je christenen wel herkennen. Vraag aan de kinderen: Hoe zou jij een christen herkennen? Geef eventueel een voorbeeld. Je kunt hier ook de kleine opdracht uit het werkboek voor gebruiken. Denk aan: christenen vloeken niet, ze proberen aardig te zijn tegen iedereen, ze helpen elkaar, ze zorgen voor elkaar, ze zijn eerlijk, enz. Maak de overgang naar het Bijbelgedeelte als volgt: We gaan zo een stukje lezen uit de Bijbel. Hier schrijft Paulus ook over het herkennen van een christen (een bewoner van Gods Koninkrijk). Ik ben benieuwd wat hij hierover te vertellen heeft. Daar kunnen we vast wat van leren!

Bijbel

Dit Bijbelgedeelte bestaat eigenlijk uit twee stukjes. Het eerste stukje gaat over hoe christenen samen moeten leven in het Koninkrijk van God. Hoe zijn ze te herkennen? Hoe kunnen ze nu een echte eenheid zijn? En het tweede stukje gaat over het voorbeeld dat Jezus aan ons heeft gegeven. Lees beide stukjes met de kinderen door en leg uit wat er staat. Eventueel kun je ook het eerste stukje samen proberen te lezen en het tweede stukje zelf vertellen in jouw eigen woorden.

 

Daarna maken jullie samen de opdrachten die in het werkboek staan. Bekijk deze van tevoren tijdens je voorbereiding zodat je weet welke vragen eraan komen. Eventueel kun je het Bijbelgedeelte ook uit een eenvoudigere vertaling lezen. Zorg er wel voor dat elk kind het gedeelte voor zich heeft.

In Beweging

Laat het maar zien

 

Nodig: Maak kaartjes met daarop een kleine opdracht wat de kinderen voor de ander kunnen doen. Je oefent hiermee het dienen en liefhebben van elkaar. Belangrijke kernwaarden van het Koninkrijk van God. Zorg dat je genoeg kaartjes hebt voor iedereen. Je moet ze dus meerdere keren kopiëren. Het geeft niets als meerdere kinderen dezelfde opdrachten krijgen. Je kunt hiervoor ook het werkboek gebruiken. Daar staan de opdrachten ook in. Laat kinderen aankruisen wat ze gaan doen. Kies wel de opdrachten uit die voor jouw groep kinderen geschikt zijn! Houd het voor jonge kinderen heel eenvoudig en klein.

 

Gesprek: Hoe kunnen we nu nog meer laten zien aan anderen dat wij Jezus liefhebben? Dat we christenen zijn? Denk nog maar eens aan de opdrachten die Paulus ons geeft in het Bijbelgedeelte. Weet je het nog? Bescheiden zijn, meeleven, voor elkaar zorgen, van elkaar houden, enz. Wie heeft er een goed idee? Laat een aantal kinderen aan het woord. Schrijf hun ideeën eventueel ook nog op. Zorg dat je daarvoor dan een aantal lege kaartjes hebt.

 

Doen: Vertel dat je hier een doosje met allemaal kaartjes hebt. Op deze kaartjes staan hele kleine opdrachten die je kunt doen. Je mag er zo één of twee uitkiezen en met die opdrachten de komende week aan de slag gaan. Misschien kun je dezelfde opdracht wel een paar keer doen? Probeer het dan wel bij verschillende personen te doen. Kom hier de volgende bijeenkomst op terug. Wat heb je gedaan? Hoe vond je het? Hoe werd er op gereageerd? Eventueel deel je dan opnieuw een kaartje uit en oefen je deze opdrachten een aantal weken achter elkaar.

 

Wij horen bij elkaar!

Jullie mogen ook op de kinderclub/nevendienst een eenheid vormen. Jullie mogen één team zijn. Het team van Jezus. Want als je in Hem gelooft, dan wil je ook goed voor elkaar zorgen en elkaar dienen. Dan hoor je bij elkaar! Dan woon in je hetzelfde Koninkrijk. Laat maar eens zien dat jullie één team zijn, door samen deze opdracht te doen. Al naar gelang jouw groep en ook de beschikbare tijd die je hebt, kies je uit de volgende opdrachten:

– Zet de kinderen aan het werk in groepjes van vijf á zes kinderen. Maak samen een collage over jullie kinderclub. Laat maar zien wat jullie hier doen, wie jullie zijn en waarom jullie bij elkaar horen. Eventueel plak je alle groepscollages later aan elkaar zodat er één grote collage ontstaat van jullie groep.

– Schrijf op een groot vel papier de tekst ‘Wij horen bij elkaar want… ‘. Laat de kinderen deze zin afschrijven op het papier. Maak er een mooie geloofsbelijdenis van die je op kunt hangen in de ruimte. Tenslotte kun je de kinderen nog een handafdruk laten maken met verf op dit vel papier.

– Laat de kinderen in hun werkboekje een groepsfoto tekenen van de kinderclub of kindernevendienst.

Gebed

Lees aan het einde van de bijeenkomst Filippenzen 2:11 hardop voor. Dit is waar het om gaat! ‘Dan zal iedereen zeggen: Jezus Christus is de Heer. En zo zal iedereen God, de Vader, eren.’

– Dank God voor zijn liefde en trouw. Voor het voorbeeld van Jezus.

– Bid om eenheid in jullie groep: dat jullie voor elkaar zorgen en goed voor elkaar zijn. Dat er liefde heerst. Bid ook voor de eenheid in jullie gemeente.