Beginsituatie

– Je identiteit vinden in Christus kan en mag ‘een goed gevoel’ geven. Toch betekent christen-zijn méér dan ‘een positief zelfbeeld krijgen’. Het betekent ook dat je dat zelfbeeld soms moet afleggen, in die zin dat je jezelf niet laat gelden, maar juist opoffert. Dat is voor elke christen lastig, maar zeker ook voor jongeren voor wie het zoeken van hun identiteit nog zo’n belangrijk thema kan zijn. Als we in deze les nadenken over de priesterlijke roeping van een christen, moeten we daar rekening mee houden.

– Toch heeft het ook iets positiefs. De ervaring dat christen-zijn niet altijd ‘leuk’ is, zullen de meeste jongeren wel kennen. Ze zouden dan kunnen gaan denken dat er iets mis is met het geloof of met hun manier van geloven. Maar Christus heeft laten zien dat dat niet zo is: het hoort er zelfs bij dat christen-zijn pijn doet. Je bent christen op de weg van zelfverloochening en dienen. Want je volgt Jezus, die deze zelfde weg is gegaan!

– Het mooie is ook: dienen kan iedereen! Je hoeft geen grootse prestaties te leveren als je christen bent. Het ‘enige’ wat je moet doen, is je focus op Jezus houden en je afvragen wat Hij zou doen in deze situatie. Niet dat het dan makkelijk is, maar je zult wél ontdekken dat je geen succesfiguur hoeft te worden – integendeel!

– Sommige christen-jongeren zijn hierin radicaler dan hun ouders. Ze zoeken heel gericht naar mogelijkheden om God te dienen en zijn bereid hiervoor kleine en grote offers te brengen. Deze jongeren mogen zich met dit programma bemoedigd weten: je bent op de goede weg, want zó breekt Gods Koninkrijk baan.

Doelstelling

– Jongeren ontdekken dat Jezus zijn Koninkrijk vestigt langs de weg van zelfverloochening en dienen.

– Ze beseffen dat christen-zijn draait om de focus op Jezus.

– Vanuit dit besef maken ze het christen-zijn concreet als het gaat om de omgang met mensen in hun omgeving.

Bijbelgedeelte

Filippenzen 2:1-11

Bij dit gedeelte is het belangrijk dat het gelezen wordt in samenhang met het vorige Bijbelgedeelte. Het moet niet zo overkomen dat je bij het vorige programma je identiteit ontdekt hebt en dat je die vervolgens weer moet loslaten. Zelfverloochening is niet hetzelfde als zelfminachting.

Lied

Zing met elkaar het lied ‘Hij kwam bij ons, heel gewoon’.

Gebed

– Dank Jezus ervoor dat Hij voor ons de weg van het kruis is gegaan en daarin tot het uiterste liet zien wat zelfverloochening en dienen betekent.

– Belijd dat we ons eigen leven, onze eigen positie, onze eigen idealen en verlangens vaak zo belangrijk vinden, belangrijker dan God en de ander.

– Vraag om geloof, moed en volharding om de weg achter Jezus te gaan en onze focus op Hem gericht te houden. En daarbij de minste willen zijn, concreet willen dienen.

Verhalen delen

Tijdens het vorige gesprek was het thema: ‘Waar zie ik iets van Gods Koninkrijk?’ Ga kort met elkaar in gesprek waar je de afgelopen week/weken glimpen hebt opgevangen van Gods Koninkrijk? Welke dingen heb je gezien die passen in Gods bedoeling met deze wereld?

Introductievorm

Geloven is voor mij…

Jongeren zetten op een rij wat het voor hen betekent om in God te geloven. In hoeverre kiezen ze alleen voor de fijn-kanten van geloven, of horen er ook dingen bij die de pijn-kant meer benadrukken?

 

Benodigdheden

– Voor elk groepje jongeren een groot vel papier, een dikke stift en een setje ‘geloven-is-voor-mijkaartjes’ met de volgende teksten:

 

vertrouwen op God

strijden tegen de zonde

God loven en prijzen

weten dat God van me houdt

doen wat God wil

dienen / de minste zijn

gelukkig zijn

mezelf kunnen zijn

mezelf opofferen / verloochenen

weten dat God bij me is

getuigen van Jezus

Jezus volgen

 

 

Werkwijze

– Maak vooraf de ‘geloven-is-voor-mijkaartjes’ door ze te printen of op losse briefjes te schrijven

– Maak groepjes van ca. 5/6 jongeren. Het is de bedoeling dat elk groepje uit de kaartjes vijf omschrijvingen kiest, die volgens hen het meest essentieel zijn als het gaat om geloven en dus echt niet gemist kunnen worden. Ze moeten proberen daar onderling uit te komen door middel van overleg en discussie.

– De kaartjes gebruiken ze daarbij om eerst een stapel ‘kan gemist worden’ en ‘kan niet gemist worden’ te maken en om vervolgens een volgorde van belangrijkheid aan te brengen. Doordat ze met de kaartjes kunnen schuiven, kunnen ze zichtbaar maken wat ze bespreken.

– Als ze dat gedaan hebben, presenteren ze hun rijtje van vijf op het grote vel papier. Deze vellen worden opgehangen. Kijk of je opvallende resultaten en/of verschillen ziet. Vraag in de rijtjes naar de fijn- en de pijnkanten van het geloof. Benoem eventueel opvallende conclusies. Roep ten slotte de vraag op in hoeverre de pijnkanten van ‘strijden tegen de zonde’, mezelf opofferen / verloochenen, en dienen / de minste zijn, doen wat God wil wel of niet in de top-5 thuishoren. Benoem deze vraag alleen, zonder erop te antwoorden. Geef aan dat je daar nu een Bijbelgedeelte over gaat lezen: Filippenzen 2.

Bijbelstudie

Filippenzen 2:1-11

 

In de Bijbelstudie gaat het erover dat Jezus de weg van zelfverloochening en dienen, nederig zijn is gegaan. Op die weg worden ook wij geroepen om Hem na te volgen.

 

Paulus roept de gemeente in Filippi op om ‘eensgezind’ te zijn. Door de manier hoe hij hiermee begint in vers 1 daagt hij de mensen in Filippi uit. Je zou hier zoiets in kunnen lezen: ‘Als jullie dan zeggen dat jullie geloven in Christus, zien anderen dit dan wel echt aan de manier hoe jullie met elkaar omgaan?’. Want als jullie geloven in de redding door Jezus Christus dan mogen anderen dat ook zien en merken! Zien anderen dat jullie uitblinken in naastenliefde? Van de woorden van Paulus gaat ook zeker een bemoediging en troost uit. Want de Geest bindt ons samen en daar vloeit bewogenheid met en zorg voor elkaar uit voort. Je moet dan wel alles opzij zetten wat die eenheid in de weg staat. Dat ‘alles’ zijn met name jouw eigenbelang en arrogantie. Ieder mens is van nature egoïstisch en gericht op zichzelf, maar daar kun je tegen strijden. Paulus zegt dat je dat doet door je te richten op die ander. In vers 3 staat ‘de ander voortreffelijker achten dan jezelf’ en in vers 4 staat ‘oog hebben voor wat van anderen is’. Het medicijn voor een te hoge eigendunk is dus je richten op die ander! Wijze woorden van Paulus, want dit is ook wat ons helpt om dichtbij Jezus te leven en de eenheid met elkaar te zoeken. Voor deze houding naar de naaste, hebben we de heilige Geest nodig, alleen kunnen we dit niet.

 

Vragen staat vrij

 

Benodigdheden

– Voor elke tiener/jongere het werkboek en een pen.

 

Werkwijze

– Lees eerst het gedeelte met elkaar en laat dan elk groepje (afzonderlijk) nadenken over een vraag die hen het meest op de lippen brandt bij dit gedeelte. Die schrijven ze op het vel papier, dat ze vervolgens doorgeven aan het groepje dat rechts van hen zit.

– Dat groepje reageert op de vraag door er een antwoord op te verzinnen en/of door er een nieuwe vraag bij te formuleren. Vervolgens worden de papieren weer doorgegeven aan het groepje dat rechts zit.

– Doe dit eventueel nog één of twee keer. Stop als je merkt dat jongeren uitgedacht zijn.

– Tenslotte krijgt elk groepje zijn oorspronkelijke papier terug. Samen wordt in het groepje besproken wat ze vinden van de antwoorden/reacties op hun vraag. Eventueel kun je dat nog plenair terug laten komen: welke vraag hadden jullie en hoe is daarop geantwoord? Wat vinden jullie daarvan?

– Waarschijnlijk zullen de reacties de kern van het Bijbelgedeelte wel weergeven. In ieder geval is het belangrijk om terug te laten komen dat Jezus door zijn komst naar deze wereld laat zien dat Hij zijn Koninkrijk vestigt door de weg van zelfverloochening en dienen. Het kruis laat daarvan het dieptepunt zien. Wij worden geroepen Jezus te volgen, onze blik en focus op Hem gericht te houden en ook deze tekenen van het Koninkrijk te laten zien: dienen en de ander uitnemender achten dan jezelf.

In Beweging

En nu concreet…

Jongeren bedenken een concrete situatie waarin ze meer de ander centraal stellen dan zichzelf.

 

Benodigdheden

– Werkboekje waarin jongeren de stappen die ze willen gaan zetten, kunnen opschrijven.

 

Werkwijze

– Maak (of handhaaf de) groepjes.

– Laat iedereen een concrete situatie of relatie bedenken waarin hij of zij het vaak lastig vindt om rekening te houden met de ander, de ander de ruimte of voorrang te geven boven zichzelf of om de ander te dienen. Een situatie waarin ze concreet zelf ervaren dat geloven pijn doet, iets kost.

– Laat hen vervolgens een concreet (stappen)plan bedenken om de ander tijdens een volgende ontmoeting te dienen. Daarvoor moedig je jongeren aan na te denken over de volgende vragen: Wat maakt het voor jou in deze situatie moeilijk om te dienen? Hoe zou je dat kunnen overwinnen, wat heb je daarvoor nodig?

– Sluit deze werkvorm af door het lied van Filippenzen 2:6-9 in je eigen woorden te bidden of gebruik het volgende gebed:

 

Genadige God,

Wij bidden of U ons dezelfde gezindheid als Jezus wilt geven,

die, al was Hij aan God gelijk, zijn hemelse positie opgaf

en als mens op aarde kwam.

Help ons om niet aan onszelf te denken,

maar geef ons het verlangen om net als Jezus anderen te dienen.

Leer ons U gehoorzaam zijn, net als Jezus,

zelfs toen Hij aan het kruis moest sterven.

Wij danken U dat Jezus daarom verhoogd is

en de Naam boven alle namen heeft gekregen.

We bidden dat uw koninkrijk spoedig mag komen,

iedereen voor Jezus zal knielen

en zal zeggen: ‘Jezus Christus is de Heer.’

In Jezus’ naam,

Amen