Vooraf

Als het gaat over de missie van Jezus, zegt de Heidelbergse Catechismus in vraag en antwoord 31 dat Jezus gezalfd is met de heilige Geest tot profeet, priester en koning. In vraag en antwoord 32 worden deze drie lijnen doorgetrokken naar de missie van een christen. De editie van Verboom laat dat duidelijk uitkomen.

 

Vraag 32

Waarom word jij een christen genoemd?

 

Antwoord

Omdat ook ik ben gezalfd met de heilige Geest

– tot profeet om Jezus’ Naam te belijden

– tot priester om Hem het offer van dank te brengen,

– tot koning om tegen de zonde te strijden en eenmaal met Hem te overwinnen.

 

Deze driedeling houden we in de volgende drie programma’s aan. In het eerste programma gaat het er dus over dat we Jezus’ Naam belijden (onze profetische roeping). Je hoeft deze indeling niet per se te noemen, maar het kán wel! Vraag eventueel wat de tieners / jongeren ervan vinden om zichzelf zo te zien (misschien als alternatief  voor de suggestie bij Verhalen delen).

Beginsituatie

  • Jongeren zitten in een spannend proces van het ontwikkelen van hun eigen identiteit: wie ben ik, wie mag ik zijn? Dat kan gepaard gaan met veel onzekerheid. Voor christen-jongeren (en – ouderen) ligt daarbij veel troost en bemoediging in wat Chris Tomlin zingt in het (erg mooie) nummer Good Good Father: ‘You tell me that You’re pleased / And that I’m never alone / You’re a good good Father / It’s who You are / And I’m loved by You / It’s who I am.’ Exact deze inhoud komt aan de orde in het Bijbelgedeelte bij deze les, Markus 1:9-15. Wie deel heeft aan Christus, heeft ook deel aan zijn identiteit en missie: ‘U bent Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.’
  • Dat zij deel hebben aan de missie van Christus, kan voor christen-jongeren een nieuw inzicht zijn: ze zijn echt Youth with a Mission. Je kunt dat formuleren in de woorden van de Heidelbergse Catechismus: net als Christus zijn ze gezalfd tot profeet, priester en koning (vraag en antwoord 31 en 32). Zó ziet God hen en zó mogen zij zichzelf zien. En ook: zó mogen zij van Hem getuigen, vanuit het besef (identiteit) dat ze door Hem geliefd zijn. Dat geeft aan hun leven een bijzonder perspectief, zonder dat het hen in een krampachtige houding brengt.
  • Getuigen van Jezus vindt ondertussen plaats in een omgeving die daarvan soms wel íets laat zien, maar niet alles – of zelfs nog veel te weinig. Voor jongeren kan dat lastig zijn: ze verlangen ernaar om méér van Jezus en zijn werk te zien en te beleven. Of… ze verlangen daar niet naar, maar vragen zich des te meer af: waar is dat Koninkrijk van God dat Jezus beloofd heeft? ‘Ik zie daar zo weinig van!’ Het is dan belangrijk dat ze leren zien dat Gods Koninkrijk begint bij Jezus zelf. Het is aanwezig in een Persoon, Jezus Christus, die zijn Koninkrijk vestigt door middel van zijn onderdanen. Ze moeten leren leven in de spanning tussen het ‘alreeds’ en het ‘nog niet’ van Gods Koninkrijk.
  • Dat vraagt een bepaalde manier van omdenken; van op een andere manier naar de werkelijkheid kijken. We denken snel dat een Koninkrijk zich manifesteert in macht, invloed en in grote projecten. Dat aspect zit zeker ook aan het Koninkrijk van God, maar vaak op een andere manier dan wij denken. Jezus begon zijn Koninkrijk te prediken direct nadat Hij door satan in de woestijn verzocht was – en niet nadat Hij zichtbaar grote successen had geboekt. Toch zei Hij dat juist op dát moment het Koninkrijk van God nabij gekomen was (namelijk in Hemzelf).
  • Omdenken houdt bekering in. Het kan nodig zijn om jongeren daarop te wijzen. Om deel te krijgen aan de identiteit en de missie van Christus, moeten ze op een andere manier naar hun eigen identiteit en missie leren kijken.

Doelstelling

  • Jongeren ontdekken dat ze door bekering deel krijgen aan de identiteit en de missie van Christus.
  • Ze gaan daardoor op een andere manier kijken naar zichzelf en de werkelijkheid om zich heen.
  • Hun verlangen dat het Koninkrijk van God meer zichtbaar wordt in hun omgeving en in zichzelf, wordt gewekt of aangewakkerd.

Bijbelgedeelte

Markus 1:9-15

In dit gedeelte komen heel duidelijk de identiteit en de missie van Christus naar voren. Vanuit het besef dat wie ‘in Christus’ is, een nieuwe schepping is (2 Kor. 5:17), mogen we zeggen dat dit veel te zeggen heeft over de identiteit en de missie van een christen. Daarbij is het belangrijk om te benadrukken dat dit niet automatisch zo is, het vraagt om bekering en geloof in het Evangelie (Mark. 1:15).

Lied

You’re a good, good Father (Opwekking 804)

 

Dit lied past heel goed bij het thema ‘identiteit’. Niet elke jongere zal het misschien al kennen. Op YouTube kun je een goede meezingversie vinden van Opwekking.

Gebed

  • Dank God ervoor dat Hij zijn Koninkrijk realiseert door het werk van zijn Zoon Jezus Christus – en dat we daar zeker van mogen zijn!
  • Belijd dat we vaak ontmoedigd raken omdat we er zo weinig van zien, of dénken dat we daar weinig van zien. Bid dat God onze ogen ervoor zal openen.
  • Vraag God ons duidelijk te maken wat dat allemaal met onszelf te maken heeft. Wat moeten we ermee? Wat kunnen we ermee?

Verhalen delen

Naar aanleiding van het lied delen we met elkaar hoe God – volgens ons – naar ons (ieder voor zich) kijkt.

 

Hoe ziet God jou?

Het lied van Chris Tomlin gaat over wie God is én hoe jij jezelf mag zien. Maar hoe denk je dat God jou ziet? Hoe zou God – bij wijze van spreken – de volgende zin afmaken? Als Ik [jouw naam] zie, dan zie Ik iemand die / over wie / van wie…

 

Benodigdheden

– Beamer, laptop en wifi -aansluiting om het lied via YouTube te laten horen/zien.

– Voor elke tiener/jongere een pen.

 

Werkwijze

– Luister en zing het lied één of twee keer.

– Laat iedereen iets invullen achter de zin: ‘Als Ik [naam] zie, dan zie Ik iemand die…’ Geef eventueel een voorbeeld: ‘dan zie Ik iemand die het moeilijk vind om te geloven, maar van wie Ik toch houd.’

– Als iedereen iets ingevuld heeft, laat ze dan één voor één voorlezen wat ze opgeschreven hebben. Als je een grote groep hebt, is het beter om hierbij kleine groepjes te maken. Vraag of ze kunnen toelichten waarom ze hebben opgeschreven wat ze hebben opgeschreven.

Introductievorm

Een betere wereld

Tieners identificeren zich met iemand die gaat voor een betere wereld.

a.Er zijn heel wat beroemde mensen die zich inzetten voor een betere wereld. Ze gebruiken hun macht, hun geld of hun populariteit om mensen te inspireren dat óók te doen. Stel dat jij de naaste medewerker van één van hen mocht worden, wie zou je dan kiezen? En waarom?

– Mark Rutte, premier van Nederland

– Jesse Klaver, fractieleider GroenLinks

– Bill Gates, oprichter van Microsoft

– Ali B, rapper over actuele kwesties

– Gert-Jan Segers, fractieleider ChristenUnie

– Marco Borsato, ambassadeur War Child

b. Met je keuze zeg je iets over wie jij zelf bent. Duur gezegd: je identificeert jezelf met deze persoon. Je wilt op hem of haar lijken… Welke kenmerken van de persoon die je bij a. gekozen hebt, herken je in jezelf, of zou je graag willen hebben?

Benodigdheden

– Voor elke tiener een werkboek en een pen.

 

Werkwijze

– Laat de tieners eerst nadenken over zowel a. als b. Pas als iedereen dat voor zichzelf gedaan heeft, ga je erover in gesprek. Geef eventueel weer een voorbeeld bij b. Bijvoorbeeld: iemand kiest voor Ali B., omdat hij zo gewoon en eerlijk is.

– Bespreek eerst a.

– Vraag b. ligt uiteraard in het verlengde van vraag a. Verschil is dat het bij b. ook gaat over de tiener zelf: welke kenmerken heb jij of zou jij óók willen hebben? Probeer hierover gesprek te laten ontstaan, maar het zal heel erg van je groep afhangen of dat lukt. Zo niet, ga dan niet forceren. Laat iedereen vertellen aan welke kenmerken hij denkt, en ga dan verder. Bedoeling is hier ook niet om tot bepaalde conclusies te komen.

Bijbelstudie

Markus 1:9-15

 

In de Bijbelstudie gaat het er allereerst om dat tieners/jongeren ontdekken wat er wordt gezegd over de identiteit én de missie van Jezus. Uit het Bijbelgedeelte blijkt natuurlijk niet dat hetzelfde gezegd kan worden over de identiteit en de missie van christenen. Vertel dat we dat op grond van andere Bijbelgedeelten toch wél kunnen zeggen (vergelijk de tekst bij opdracht b.). Een christen deelt in de identiteit en de missie van Jezus. Tieners/jongeren denken er daarom óók over na wat dát voor hen betekent.

 

Hoe het begon

Tieners identificeren zich met iemand die gaat voor een betere wereld.

 

  1. Jezus ging niet voor zomaar een betere wereld, Hij ging voor het Koninkrijk van God. Dat kon Hij omdat Hij wist wie Hij was én wat zijn missie (opdracht) was. Dat ging trouwens niet vanzelf. zijn identiteit en zijn missie werden duidelijk aan het begin van zijn rondwandeling op aarde. Wat zal dat voor Hem betekend hebben? Lees Markus 1:9-15 en zet in de derde kolom steeds één of twee woorden.
  2. Wie gehoor geeft aan de oproep van Christus wordt naar Hem genoemd: dan ben je een christen. De Bijbel zegt zelfs: dan ben je ‘in Christus’. Dat betekent dat je op Hem gaat lijken (identiteit) én gaat waar Hij voor gaat (missie). Hoe beleef jij dat?

 

Benodigdheden

– Voor elke tiener/jongere het werkboek en een pen.

 

Werkwijze

– Het is het handigst als je deze opdracht weer in groepjes doet. Laat ze eerst opdracht a. doen.

– Geef eventueel – als dat nodig is – een voorbeeld bij vers 9. Dat Jezus gedoopt werd omdat Hij één wilde zijn met de zonden van zijn volk, was op een bepaalde manier vernederend voor Hem. Want Hij zelf had helemaal geen zonden! Mogelijk is dat voor Hem verdrietig geweest. Maar misschien denkt iemand wel dat het voor Hem óók hoopvol is geweest: Hij hield ten slotte van zondaars en zo kon Hij hen redden. Let erop dat het hier niet gaat om de goede antwoorden. Misschien is hier zowel verdrietig als hoopvol passend. Daag de tieners/jongeren wél uit om hun woorden te onderbouwen vanuit de Bijbel. Het is ook weer niet zo dat élk woord hier past.

– Loop het gedeelte langs per blokje uit het schema. Probeer verschillende reacties met elkaar in gesprek te brengen, dus bijvoorbeeld: degene die bij vers 9 ‘verdrietig’ had én degene die daar ‘hoopvol’ had. Doel is om het Bijbelgedeelte op deze manier tot leven te brengen.

– Licht dan opdracht b. toe, zoals hierboven aangegeven en laat de tieners/jongeren het schema opnieuw invullen, maar dan voor zichzelf.

– Loop het schema langs en probeer hierover gesprek te laten ontstaan. Van belang is natuurlijk vooral ook of tieners/jongeren zichzelf als ‘Gods geliefde kind’ zien. Als dat niet zo is, of als ze daar moeite mee hebben, praat daar dan over door. Hoe komt het dat ze daar moeite mee hebben? En vooral: wat zou Jezus hen daarover willen zeggen? Heeft dat te maken met wat Hij zegt in vers 15?

In Beweging

En nú?

Tieners kiezen een afbeelding die iets zegt over wat voor hen de/een conclusie van dit programma is. Wat is voor jou persoonlijk de conclusie van dit gesprek? Kies één tekeningetje dat dit voor jou illustreert.

 

Benodigdheden

– Voor iedereen het werkboek en eventueel een pen.

 

Werkwijze

– Deze vorm kun je eventueel in de grote groep doen, maar houd er dan rekening met de mogelijkheid dat er geen gesprek ontstaat. Als je om toelichting vraagt op het gekozen beeld, krijg je gauw een reactie als: ‘Hetzelfde als wat hij zei”. Maar als je de vorm kort wilt doen, hoeft dat geen probleem te zijn.

– Laat iedereen dus eerst voor zichzelf een afbeelding kiezen en dan vertellen welke hij/zij gekozen heeft en waarom.

Verhalen delen

Tieners jongeren denken erover na of ze de afgelopen dag iets van het Koninkrijk van God gezien hebben.

 

Anders kijken

Als je gelooft in de komst van Gods Koninkrijk, ga je op een andere manier naar de werkelijkheid kijken. Je eerste vraag is dan bijvoorbeeld niet: ‘Hoe kan ikzelf beter worden van wat er gebeurt?’, maar: ‘Waar zie ik iets van Gods Koninkrijk?’ Denk er even over na: wanneer heb je vandaag een glimp opgevangen van Gods Koninkrijk? Welke dingen passen in Gods bedoeling met deze wereld?

 

Benodigdheden

– Voor elke tiener/jongere een pen en het werkboek.

– Eventueel een groot vel papier (of whiteboard) en stiften.

 

Werkwijze

Je kunt de reacties laten opschrijven in het werkboek, maar je kunt er bijvoorbeeld ook een muur van maken. Laat de jongeren, zonder erbij te praten, op het whiteboard schrijven waar ze aan denken.